Sinds het voorjaar van 2020 heb ik het etsen verruild voor het maken van houtsnedes. Dat is een hoogdruktechniek, in tegenstelling tot etsen wat een diepdruktechniek is.

Ik maak de houtsnedes volgens de "reductietechniek". Dat is een techniek waarbij de houtsnede via vele verschillende drukgangen wordt gecreerd, waarbij na elke drukgang met allerlei gutsen  gedeelten uit het houtplaatje worden weggesneden, waardoor bij de navolgende drukgangdus steeds kleinere gedeelten worden ingeinkt en afgedrukt. En om het nog ingewikkelder te maken: tijdens drukgangen worden soms ook nog niet-weggesneden gedeelten van het plaatje met sjablonen afgedekt, zodat die toch nog bij een latere drukgang kunnen worden meegedrukt, maar de kleur van die desbetreffende drukgang niet meekrijgen.

In tegenstelling tot etsen wordt de houtplaat hierbij tijdens het proces steeds verder "vernietigd", en moeten alle afdrukken dus in 1 drukgang worden gedrukt. Je kan tenslotte nooit terugkomen op een eerdere drukgang als al meer hout is weggesneden. Vandaar dat ik tot nu toe behoorlijk beperkte drukgangen hanteer.

Hiernaast de plaat van de houtsnede "Koetshuis kasteel Het Nijenhuis", na de laatste snij- en drukgang.